Parelindicator: criteria voor interculturele leermiddelen

 

 

De Parelindicator reikt dertien criteria aan om te hanteren bij het samenstellen en bij het beoordelen van een leermiddel. Alle dertien zijn ze gebaseerd op het uitgangspunt : een goed intercultureel leermiddel schenkt duidelijk en positief aandacht aan de etnisch-culturele diversiteit van onze samenleving. Ze zijn gegroepeerd tot vier overkoepelende criteria, in trefwoorden: schaal, inhoud, vorm en perspectief.

 

 

Schaal

 

Etnisch-culturele diversiteit zie je op scholen, in de maatschappij en op wereldschaal. In die volgorde, van klein naar groot, passeren deze drie niveaus de revue in criteria 1, 2 en 3.

 

1 etnisch-culturele diversiteit op school

De ene school is in etnisch-cultureel opzicht veel diverser dan de andere. En de etnisch-culturele diversiteit op de ene schoolis niet dezelfde als die op een andere school. Van leermiddelen voor heel Nederland mag je verwachten dat de inhoud ervan herkenbaar is voor leerlingen op alle scholen; dat de inhoud past bij hun omgeving en daarvoor voldoende aanknopingspunten biedt. Een voorbeeld uit een boek voor geschiedenis: "Op de foto van de Nederlandse schoolklas zie je leerlingen uit verschillende culturen (..) Uit welke culturen komen de leerlingen in jouw klas? Zijn er leerlingen in je klas van wie de familie uit een van de vroegere kolonies van Nederland komt? Of geldt dat voor jou zelf?" (Sporen, 1999, 151)

 

2 etnisch-culturele diversiteit in de maatschappij

Alle inwoners van Nederland hebben met elkaar te maken, of ze nu dicht bij elkaar of ver van elkaar leven. Van leermiddelen mag je verwachten dat ze dit duidelijk maken, zoals in een boek voor aardrijkskunde: "In Nederland spreekt men in sommige gebieden wel van 'witte' en 'zwarte' scholen. Lees het krantenartikel. Waarom wordt deze school een 'witte' school genoemd? Waarom vind je scholen met veel allochtone kinderen vooral in de grote steden in West-Nederland? (..) Deze groep allochtonen neemt een belangrijk deel van de bevolkingsgroeiin ons land voor hun rekening. Hiervoor zijn extra voorzieningen nodig. Bij ruimtelijke ordening moet daarmee rekening gehouden worden." (Terra, 1998, 114-115)

 

3 etnisch-culturele diversiteit op wereldschaal

In onze 'global village' is migratie een belangrijk onderwijsthema. Een voorbeeld waarin duidelijke informatie wordt gegeven over achtergronden van de etnisch-culturele diversiteit van de Nederlandse samenlevingis een paragraaf in een boek voor aardrijkskunde met als titel "Is Nederland een bijzonder immigratieland binnen Europa?" Deze paragraaf eindigt met de conclusie: "Nederland is net als de andere EU-landen een immigratieland. Net als in andere EU-landen is er sprake van politieke, economische en sociale migratie. Maar de mix van typen migratie en de samenstelling van de Nederlandse allochtone bevolking is eigen voor Nederland. Ook wijkt Nederland af van andere landen op het gebied van toelatingseisen." (Wereldwijs; Migratie en vervoer, 1998, 19-20.)

 

 

Inhoud

 

4 aansprekende onderwerpen voor jongens en meisjes met diverse etnisch-culturele achtergrond

Leermiddelen bieden de mogelijkheid een veelzijdig beeld te schetsen van de samenleving waaraan mensen uit verschillende achtergronden deelnemen. Een geschiedenisboek behandelt bijvoorbeeld de driehoeksmigratie tussen Ghana, Suriname en Amsterdam van een specifieke groep Nederlanders, de creoolse Surinamers. "Het contact tussen culturen van Europese en buiten-Europese oorsprong heeft een lange geschiedenis. De tegenwoordige Nederlandse samenleving is alleen te begrijpen als je daarover meer weet. (..) Welke veranderingen onderging de van oorsprong West-Afrikaanse cultuur tijdens deze reis van driehonderd jaar? Die vraag staat centraal in dit thema." (Sporen; Van Accra tot Amsterdam, 1996, 3.)

Een ander voorbeeld uit een boek voor wiskunde: "Aicha gaat van de zomer met haar ouders naar Marokko, per auto. Ze gaan naar hun dorp in de buurt van Oujda. Dat is ongeveer 3.500 kilometer rijden. Ze is ook wel eens met het vliegtuig geweest. Eťn keer per week zijn er directe vluchten Amsterdam-Oujda. Hoeveel kilometer zou het per vliegtuig zijn?" (Wiskunde: een wereldvak, 1995, 14-15)

 

 

5 evenwichtig en zo objectief mogelijk; geen stereotypen en vooroordelen

Verschillen in achtergrond en leefwijze kunnen als vanzelfsprekend in een leermiddel zichtbaar worden gemaakt, waarbij vooroordelen en stereotypen kunnen worden weerlegd, zoals in eentaalboek voor het basisonderwijs: "Er zijn ongeveer een miljard mensen in de wereld die niet kunnen lezen en schrijven. Die mensen noemen we analfabeten. De meesten wonen in ontwikkelingslanden. Maar ook in de rijke landen van de wereld zijn er analfabeten. (..) Misschien denk je dat in Nederland iedereen kan lezen en schrijven. Maar ook ons land heeft bijna een miljoen analfabeten. Soms hadden hun ouders geen vast adres. Daardoor konden ze niet naar school. Soms hadden ze problemen die niet werden opgemerkt in de klas." (Ik weet wat ik lees, 1991, les 18)

 

6 het begrip "ras" met betrekking tot mensen: uitsluitend gebruikt in verband met racisme en discriminatie

Een voorbeeld uit een boek voor maatschappijleer: "Mensen lijken voor 95 % genetisch op elkaar, maar zijn toch uiterlijk van elkaar verschillend. (..) Het begrip 'ras' is wetenschappelijk onhoudbaar.(..) Mensen laten zich niet in een simpele drie- of vierdeling vangen. De vroeger gehanteerde criteria zoals huidskleur, vorm van de neus of schedel en bloedgroep, bleken statistisch onverantwoorde versimpelingen te zijn. (..) Het indelen van mensen in 'rassen' is alleen nuttig als je iets over racistische theorieŽn wilt uitleggen, bijvoorbeeld over de apartheid zoals die in Zuid-Afrika de officiŽle ideologie was, of over de koloniale praktijken van veel westerse landen, of over de Shoah (het vermoorden van joodse burgers door Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog). De geschiedenis leert dat die indelingen in 'rassen' ook steeds zullen verschillen, afhankelijk van de vraag wie er bevoorrecht of uitgesloten dient te worden. Het gaat dan om de koppeling tussen een bepaalde cultuur, uiterlijk en verschillen in macht." (De multiculturele samenleving. Waar sta jij?, 1996, 19)

 

7 afwijzing van racisme; aandacht voor dynamiek ervan en verzet ertegen

Een voorbeeld van een antiracistisch perspectief staat in een boek voor geschiedenis waarin leerlingen opdracht krijgen gegeven voorbeelden van neofascisme en antifascisme als zodanig te herkennen en ook zelf te verzamelen, bijvoorbeeld uit kranten. Vervolgens krijgen ze de opdracht: "Bedenk dingen die je zelf kunt doen tegen vormen van neofascisme." (Sporen 3, 1993, 53) Zie ook onder 2c.

 

8 bijdragen vanuit diverse culturen aan het betreffende vak

In plaats van een eurocentrische benadering kan in leermiddelen kan worden benadrukt dat verworvenheden uit alle werelddelen hebben bijgedragen aan huidige kennis en inzichten. Enkele voorbeelden. Van een kleitablet weten we dat BabyloniŽrs al voor 1650 v. Chr. gebruik maakten van "de stelling van Pythagoras"; van Pythagoras weten we dat deze omstreeks 500 v. Chr. een reis heeft gemaakt naar MesopotamiŽ. Europeanen zijn Arabische cijfers gaan gebruiken omdat je er beter mee kunt rekenen dan met Romeinse cijfers. Bij een taal kunnen leerlingen kennismaken met het hele betreffende taalgebied, zoals door middel van Indisch-Nederlandse literatuur, Engelstalige literatuur uit Zimbabwe of de televisieserie Quinze minutes plus (BBC/TeleacNot) over jongeren in Dijon en Guadeloupe.

 

 

Vorm

 

9 rekening houden met leerlingen voor wie Nederlands niet de eerste taal is

Leermiddelen kunnenop diverse manieren voor alle leerlingen leesbaarderworden gemaakt, waarbij in het bijzonder gedacht moet worden aan leerlingen die problemen hebben met Nederlands. Voorbeelden van manieren zijn een heldere vormgeving, gebruik van gangbare woorden in korte zinnen, gebruik van functionele afbeeldingen en een logische ordening van opdrachten. Bij zaakvakken is het voor de verwerking van gegevens bijvoorbeeld goed als in opdrachten eerst gevraagd wordt naar in de tekst genoemde feiten en/of definities, daarna naar ordening van die feiten en definities, vervolgens naar verbanden tussen verschillende tekstgedeelten en ten slotte naar een beoordeling van de tekst.

 

10 leraren en leerlingen aanzetten tot interculturele communicatie

Een voorbeeld waarin leerlingen iets leren over etnische verhoudingen en aangezet worden tot een kritische en respectvolle houding is Weten wie je bent; Molukkers in Nederland, een lesbrief voor geschiedenis waarin leerlingen lezen hoe verschillen in normen en waarden een rol spelen in de relatie tussen de Molukse jongen R. (20) en het Nederlands meisje M. (19). Opdrachten voor leerlingen zijn zo geformuleerd dat ze kunnen dienen als opstap naar gesprekken tussen leerlingen (in groepjes of klassikaal) over hun eigen identiteit, hoe anderen hen zien en hoe ze zichzelf zien. De docentenhandleiding bevat aanwijzingen hiervoor. Het volgende voorbeeld is gericht op het aangaan van een dialoog met anderen en het kunnen omgaan met conflicten. "Stel je voor: jij bent M., je wilt met R. trouwen, je wilt kinderen, maar je wilt ook je full-time baan houden. Bedenk hoe je dit probleem zou kunnen oplossen." (Weten wie je bent; Molukkers in Nederland, 1998, 4).

 

11 Personen uit minderheidsgroepen in het eigen land en personen in het buitenland worden als individuen behandeld. Ze zijn zelf aan het woord en in beeld (in teksten en afbeeldingen).

"El Mire Minoun vertelt" is de titel van een voorbeeld van een individu met eigen belangen en interesses in een boek voor aardrijkskunde waarvan we naast een foto de volgende brief lezen: "In 1967 verliet ik mijn boerderijtje in het Marokkaanse Rifgebergte om te gaan werken als schoonmaker bij Shell in Rotterdam. Mijn boerenbedrijfje leverde niet genoeg op om mijn gezin te onderhouden. In Rotterdam verdiende ik vier keer zo veel als in Marokko. In 1975 kwamen mijn vrouw en kinderen naar Nederland. Vorig jaar is mijn oudste zoon in Rotterdam getrouwd met Aicha uit Casablanca. Ze wonen dichtbij ons in de wijk Feijenoord." (Terra, 1998, 112.)

 

Perspectief

 

12 geen gebruik van "wij" tegenover "zijĒ

In leermiddelen dienen 'wij' en 'onze' gebruikt te worden voor alle inwoners van Nederland, zoals in dit voorbeeld uit een boek voor aardrijkskunde: "In onze multiculturele samenleving leven allochtonen en autochtonen samen. In deze les denk je na over: - hoe je met elkaar omgaat; - hoe je integratie kunt bevorderen." (Terra, 1998, 104)

 

13 Diverse perspectieven, zoals "zwart" en "wit", "autochtoon" en "allochtoon", "noord" en "zuid" en "man" en "vrouw" komen evenredig aan bod.

Gebeurtenissen en situaties kunnen vanuit verschillende invalshoeken worden beschreven. Iets eens van de andere kant bekijken kan verrassend verhelderend zijn, zoals in dit voorbeeld uit een boek voor geschiedenis: "Er zijn allochtone culturen in Nederland, omdat uit alle delen van de wereld mensen hier naartoe gekomen zijn. Dat is trouwens niet alleen de laatste tijd zo, vroeger is het ook al gebeurd. Ook in de Nederlandse 'autochtone' cultuur komen dingen voor die oorspronkelijk ergens anders vandaan komen. Het christendom bijvoorbeeld: dat is ontstaan in Palestina en gegroeid in het Romeinse rijk. Toch horen christenen en kerken tegenwoordig bij de autochtonen cultuur in Nederland. Het verschil tussen 'echt Nederlands' en 'allochtoon' is dus niet zo duidelijk." (Sporen, 1999, 150)