KiesKleurig

handleiding intercultureel lesmateriaal

Auteurs: Ineke Mok & Peter Reinsch
©Parel, Utrecht 1999
          
Overname uit deze uitgave is toegestaan mits onder bronvermelding


Inleiding en verantwoording

 

0.1 Doel

Wie schoolboeken, ook recente, probeert te lezen met een 'multicultureel oog', komt tot een treurige conclusie. De meeste schoolboeken laten in woord en beeld nog steeds voornamelijk mensen van Europese afkomst zien. Spannende, actieve rollen zijn bijna uitsluitend weggelegd voor blanke mannen en jongens uit de middenklasse.

Dit eurocentrische en seksistische perspectief sluit niet alleen leerlingen uit, het werkt ook normerend en kan een negatief effect hebben op de leerprestaties.

Dit boek biedt handreikingen om leermiddelen te beoordelen op hun bruikbaarheid in de multiculturele samenleving. Veel voorbeelden uit leermiddelen worden besproken, ook uit boeken die zijn aangeboden als geschikt voor intercultureel onderwijs. De auteurs geven adviezen, didactische aanwijzingen, inspirerende ideeën en alternatieven voor de dagelijkse lespraktijk.

Deze publicatie is bestemd voor iedereen die te maken heeft met de samenstelling of het gebruik van schoolboeken voor het basis- en voortgezet onderwijs: medewerkers van educatieve uitgeverijen, leerkrachten en studenten aan leraren- opleidingen. We hopen hun kritische kijk op schoolboeken te scherpen en hen in staat te stellen de stof te wijzigen of aan te vullen.

De lezer hoeft zich niet te beperken tot het hoofdstuk over zijn of haar vakgebied. In alle hoofdstukken komen visies en invalshoeken aan bod die belangrijk zijn voor het lesgeven in de multiculturele samenleving.

 

0.2 Over deze editie

Deze interneteditie is gebaseerd op de tekst van het oorspronkelijke boek van Ineke Mok en Peter Reinsch (red.), met bijdragen van Mildred de Baas, Rieke Evegroen, Ria Kwisthout-Monsanto, Fred Mulder, Suzanne van Norden, Isolde Vega en Anneke Zielhorst (Samsom H.D. Tjeenk Willink, Alphen aan den Rijn 1996, ISBN 90 422 0035 9).

Hoofdstuk 1 bevat een groot deel van de oorspronkelijke tekst. Hoofdstukken 2 t/m 5 zijn ingekorte versies daarvan. Inleiding en verantwoording is samengesteld uit de overige delen van het boek. Voor meer uitgebreide informatie en afbeeldingen raadplege men het oorspronkelijke boek.

In het boek zijn de adviezen uit hoofdstuk 1 nog eens samengebracht in een 'checklist' achterin het boek. In plaats hiervan is bij deze interneteditie (1999) een vernieuwde criterialijst onder de naam Parelwijzer, criteria voor interculturele leermiddelen op de Parelsite gepubliceerd.

De besproken leermiddelen worden in noten genoemd. Om misverstanden te voorkomen: deze uitgave bevat geen complete beoordeling van de genoemde boeken, reeksen of methoden. De auteurs hebben er slechts voorbeelden uit gehaald om hun opvattingen en ervaringen te illustreren. Sinds het schrijven aan deze tekst (1993/1994) is alweer een tijd verstreken, waarin inmiddels nieuwe titels zijn uitgekomen. De voorbeelden en suggesties in de diverse hoofdstukken geven aan hoe ook naar het meest recente lesmateriaal gekeken kan worden.

 

0.3 Over het gebruik van begrippen

Wie een boek maakt over intercultureel onderwijs moet natuurlijk zelf alle 'fouten' vermijden die in het bekritiseerde lesmateriaal zijn aangetroffen. Dat begint al bij het gebruik van begrippen.

Maar dat is niet eenvoudig. Termen die vanuit het ene gezichtspunt bekeken rechtvaardig of politiek correct zijn, blijken vanuit een ander gezichtspunt polariserend of inhoudelijk onjuist.

In dit boek spreken we over allochtonen, autochtonen, wit, zwart en soms over blanke Nederlanders en gekleurde Nederlanders. Een keuze voor een bepaald begrippenpaar is niet op voorhand gemaakt. De diverse bijdragen laten al zien dat er geen overeenstemming bestaat en ook niet zal bestaan. Elke term heeft beperkingen, en is dat niet nu, dan wel later. We zetten enkele voors en tegens van nu op een rij.

De termen wit en zwart worden gebruikt omdat ze precies de impliciete tweedeling aangeven die met intercultureel onderwijs doorbroken wordt. Wit duidt op een blanke Europese meerderheid; zwart staat niet alleen voor mensen met een donkere huidkleur, maar voor alle mensen uit andere werelddelen die een achtergestelde positie innemen in de overwegend witte omgeving. Een bezwaar is wel dat zwart in het spraakgebruik eerder betrekking heeft op mensen van Afro-Caraïbische afkomst en soms wordt opgevat als een letterlijke verwijzing naar huidkleur. Zoiets als een zwarte of witte huidkleur bestaat natuurlijk niet.

Minstens even vaak wordt in dit boek gesproken over allochtoon en autochtoon. Misschien zijn die aanduidingen op dit moment het meest neutraal, hoewel ze wat klinisch klinken. Toch bestaat ook over deze terminologie allerminst overeenstemming. Nemen we de termen letterlijk dan verwijzen ze achtereenvolgens naar mensen die elders vandaan komen en mensen die 'hier' geboren zijn. Dat kan de negatieve gedachte oproepen dat allochtonen eigenlijk ook niet hier horen. Daarnaast speelt altijd de vraag wie nu eigenlijk allochtoon of autochtoon genoemd wordt: hoe noemen mensen zich van wie één van de ouders hier geboren is; tot welke generatie moet je teruggaan en welke landen van herkomst zijn relevant? Is iemand uit Duitsland of Engeland ook een allochtoon?

De termen migranten en buitenlanders komen in dit boek nauwelijks voor. Migranten zijn mensen die ergens anders geboren zijn. Buitenlanders zijn mensen die geen Nederlands paspoort hebben. Intercultureel onderwijs is gericht op mensen die over het algemeen in Nederland zijn geboren of (deels zijn) opgegroeid en die dus ook hun belevingswereld en rechten delen met alle andere inwoners van Nederland.

Een term die vaak van overheidswege wordt gebruikt, is etnische minderheid. Minderheid kan betekenen 'minder in aantal', minder dan een andere etnische groepering, en suggereert in die zin dat zoiets bestaat als een (blanke Nederlandse) meerderheid. De term is eigenlijk alleen geschikt als die verwijst naar etnische groeperingen die zich in een achterstandspositie bevinden. Zo wordt die ook door de overheid gehanteerd. Een groot bezwaar is dat etnische minderheid ook de associatie heeft van minderwaardigheid.

Een andere aanduiding die wij tegenkomen, is mensen van kleur. Een aanduiding met een positieve lading die ook nog schakeringen onder zwarte groeperingen laat zien. Het begrip is echter nauwelijks ingeburgerd, leidt tot kronkelige zinsconstructies en suggereert dat witte groepen kleurloos zijn.

Af en toe wordt in dit boek wel gesproken over blanke en gekleurde Nederlanders. De bezwaren zijn misschien nauwelijks kleiner. Ze worden ter afwisseling van andere termen gebruikt. Ze zijn eigenlijk alleen van belang wanneer verschillen in huidkleur in het geding zijn, bijvoorbeeld bij de bespreking van een illustratie in een schoolboek.

De term medelanders vinden we paternalistisch. Hij wordt vaak gebruikt, bijvoorbeeld in Postbus 51-spots, om te laten zien dat een medelander gewoon een Nederlander is. In feite geeft de term aan dat een medelander juist geen Nederlander is.

Kortom, aan iedere aanduiding van mensen kleven bezwaren. Als het gaat om het doorbreken van polariserende indelingen, kan men als algemene regel het beste groepen aanduiden zoals zij zichzelf aanduiden. Verschillende autochtone Amerikanen beschouwen zichzelf bijvoorbeeld eerder als Inuit, Apache of Sioux dan als Indianen, een eurocentrische term, net als 'inheemse volken'.

Welke term je kiest hangt steeds van de context af. Stel je bijvoorbeeld de uitdaging of problematiek van taalonderwijs aan de orde in een multiculturele samenleving, dan spreek je eerder van meertalige leerlingen, dan van allochtonen.

Voor etnische groepen in Nederland kunnen, afhankelijk van de context, bijvoeglijke naamwoorden voor de nodige nuances zorgen: Marokkaanse Nederlanders. Mensen die hiertoe behoren, zijn allen weer verschillend. Misschien behoren zij tevens tot moslim-, Berber-, meertalige, werkende vegetarische of jongere Nederlanders. Onze interculturele onderwijsopvatting richt zich niet zozeer op etnische groeperingen afzonderlijk, maar op een verscheidenheid aan culturen en uitwisselingen van allerhande culturele uitingen. Die hoeven op zichzelf niet aan etniciteit gebonden te zijn.

 

0.4 Enkele begripsomschrijvingen

Cultuur: Al die uitingen in taal, beelden, gedragingen, religie, kunst, muziek, etc. waaraan mensen hun identiteit ontlenen en waardoor zij tot een groep of gemeenschap behoren. Culturele uitingen binden en onderscheiden mensen. Kenmerkend voor culturen is dat zij nooit statisch zijn, maar steeds veranderen onder invloed van omstandigheden en in uitwisseling met andere culturen.

Discriminatie: Het maken van een onderscheid op basis van argumenten die er niet toe doen. Dit onderscheid uit zich door mensen achter te stellen of uit te sluiten op grond van uiterlijk, leeftijd, sekse, klasse, religieuze overtuiging, terwijl die gronden niet relevant zijn in de gegeven situatie. De achtergrond van discriminatie is dat een individu primair wordt gezien als lid van een bepaalde groep met bepaalde vaststaande kenmerken. Discriminatie heeft altijd met macht te maken; macht is nodig om mensen achter te stellen.

Etnische groep: Een groep mensen met een gemeenschappelijke culturele achtergrond door land van herkomst, taal, religie of gewoontes.

Etnocentrisme: Het verschijnsel waarbij processen en gebeurtenissen uitsluitend vanuit het perspectief van één etnische groep worden weergegeven. Het probleem is dat dit specifieke perspectief meestal als universeel wordt gepresenteerd. Een etnocentrisch perspectief houdt in dat 'andere' visies of ervaringen worden weggelaten of verdraaid.

Eurocentrisme: een specifieke vorm van etnocentrisme. Dan wordt uitsluitend een Europees perspectief gevolgd.

Folklorisme: Het benadrukken van eigenaardigheden van of verschillen tussen culturen. Deze term wordt meestal in negatieve zin gebruikt, om aan te geven dat dit niet een invalshoek van intercultureel onderwijs kan zijn. Hiermee wordt bijvoorbeeld gerefereerd aan aandacht voor specifieke eetgewoonten, voor dans of muziek.

Intercultureel onderwijs: Onderwijs waarin leerlingen leren omgaan met overeenkomsten en verschillen die samenhangen met culturele achtergrondkenmerken. Die omgang moet gericht zijn op het gelijkwaardig en gezamenlijk functioneren in de Nederlandse samenleving, zo luidt de omschrijving van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Wij leggen bij intercultureel onderwijs vooral de nadruk op verhoudingen tussen verschillende culturen, ook buiten Nederland. Uitgangspunt van gelijkwaardigheid houdt onder andere in dat alle leerlingen in al hun diversiteit worden aangesproken, ook in lesmateriaal. Die diversiteit komt tot uiting in de keuze van didactische benadering en thema's. Tegelijkertijd betekent intercultureel onderwijs ook erkenning van de feitelijke ongelijkheid tussen diverse groeperingen in Nederland. Aandacht voor racisme, stereotypen en vooroordelen, behoren daarom tot het curriculum. Evenzeer is aandacht nodig voor verhoudingen tussen culturen buiten Nederland en voor ongelijkheid, bijvoorbeeld voor de verhouding Noord-Zuid.

Multicultureel perspectief: Een presentatie van gebeurtenissen en processen vanuit een perspectief dat ruimte biedt aan verschillende culturele invalshoeken. Dit perspectief wordt vaak bepleit als tegenhanger van een monoculturele aanpak, waarin maar één cultuur centraal staat, alsof andere culturen niet belangrijk zijn. Beperken we ons tot verhoudingen tussen diverse etnische groeperingen, dan spreken we eerder van een multi-etnisch perspectief. Deze perspectieven doen recht aan de grote diversiteit aan culturen.

Racisme: Een stelsel van denkbeelden dat mensen onderscheidt en categoriseert als 'anders' op grond van uiterlijk (met name huidkleur) en/of cultuur. Die denkbeelden zijn bovendien gebaseerd op het idee dat de ene bevolkingsgroep superieur is aan een andere. Racisme leidt tot uitsluiting of marginalisering van die 'ander', variërend van alledaagse uitingen zoals negeren of kwetsen tot extreme geweldsmisdrijven.

Ras: Een term die vanaf de negentiende eeuw in Europa en Noord-Amerika algemeen gebruikt werd om mensen in te delen in groeperingen op grond van hun uiterlijk (huidkleur, gezichtsvorm, haar en lengte) en woongebied. Vanaf het begin werd aan de rassenindeling ook een waardenoordeel toegekend. Wetenschappers verbonden aan uiterlijke kenmerken bijvoorbeeld een niveau van ontwikkeling. Ras en racisme hebben daarom van oudsher alles met elkaar te maken. Een wetenschappelijke indeling van mensen naar rassen is nooit mogelijk gebleken. Geen enkele indeling heeft ooit een functie gehad, behalve in negatieve zin: apartheidspolitiek in bijvoorbeeld Zuid-Afrika en de koloniën. Spreken over mensen in termen van rassen is daarom - ook in het onderwijs - alleen relevant, om uit te leggen hoe racisme werkt.

Seksisme: Een stelsel van denkbeelden waarin reële of vermeende persoonlijkheids- en/of sociale verschillen herleid worden tot verschillen in sekse. Net als bij racisme worden bij seksisme aangeboren eigenschappen aangehaald om achterstelling van groepen, in dit geval van vrouwen, goed te praten.

Stereotypering: Het toeschrijven van persoonlijke eigenschappen of eigenaardigheden aan (alle) leden van een bepaalde groep. Kenmerkend voor stereotypen is, dat ze voor veel mensen herkenbaar zijn. Er bestaat dus een zekere consensus over. Stereotypen die aan groepen onveranderlijke karaktertrekken of gemoedstoestanden toeschrijven, steunen racistische of seksistische uitspraken, bijvoorbeeld: 'moslims zijn wreed' of 'vrouwen zijn gevoelig'.

Vooroordeel: Een aangeleerde houding als gevolg waarvan mensen een vooringenomen mening of waarde-oordeel hebben over andere individuen of groepen. Vooroordelen komen onder meer tot uiting in stereotypen of generalisaties. Ze zijn niet zomaar met aanvullende kennis te bestrijden, omdat emoties ook een rol spelen. Bovendien kennen ze net als stereotypen vaak een tegenstrijdig karakter: 'ze zijn lui' en 'ze pikken onze banen in' komen naast elkaar voor.

 

0.5 Over de auteurs

- Mildred de Baas is onderwijskundige en werkt bij de stichting Advies en Begeleidings Centrum voor het onderwijs (ABC) in Amsterdam. Ze verzorgt cursussen en trainingen voor leerkrachten op het gebied van de moedertaal, NT2 en intercultureel/anti-racistisch onderwijs. Zij is betrokken bij de ontwikkeling van intercultureel lesmateriaal.

- Rieke Evegroen studeerde pedagogiek. Zij is werkzaam als wetenschappelijk medewerker bij de Stichting Kunstzinnige Vorming Amsterdam. Tevens is zij projectleider van Kaleidoscoop in dienst van de Stichting Averroès.

- Ria Kwisthout-Monsanto is adviseur intercultureel onderwijs bij het Haags Centrum voor Onderwijsbegeleiding. Zij screent lesmaterialen op interculturele aspecten en ontwikkelt zelf interculturele lesmaterialen. Daarnaast geeft ze NT2-cursussen aan leerkrachten in het basisonderwijs.

Ineke Mok heeft na haar studie Nederlands onderzoek gedaan naar de relatie tussen intercultureel onderwijs en de inhoud van aardrijkskunde- en geschiedenisboeken voor het voortgezet onderwijs. Zij schrijft op dit moment aan haar proefschrift over ras-denken en aardrijkskundeboeken (1870-1990). Als lid van de adviesraad PAREL heeft zij diverse projecten uitgevoerd.

- Fred Mulder studeerde biologie (met bijvak Arabisch) en wiskunde. Hij werkt als studiebegeleider aan de Faculteit Natuurwetenschappen van de Open Universiteit en leidt het project 'Bevordering in- en doorstroom van allochtone studenten bij de Open Universiteit'. Hij was betrokken bij de ontwikkeling van lesmateriaal op het gebied van wiskunde, dat intercultureel bruikbaar is. Dit was onderdeel van een project van het Freudenthal Instituut van de Universiteit Utrecht.

- Suzanne van Norden is consulent literaire vorming bij de Stichting Kunstzinnige Vorming Amsterdam. Zij werkt voornamelijk met taaldrukken op Amsterdamse basisscholen. Voorheen ontwikkelde zij intercultureel lesmateriaal voor de SKVA. Enkele publicaties: 'Dit zijn wij, een interculturele leergang voor de bovenbouw van de basisschool', en 'Dingen in de kring, taalvorming en drama voor meertalige middenbouwgroepen'.

Peter Reinsch, onderwijssocioloog, is geboren in de V.S. en woont meer dan twintig jaar in Nederland. Hij heeft aan uiteenlopende onderzoeken meegewerkt die betrekking hebben op etnische verhoudingen in Nederland. Hij is lid van de adviesraad PAREL. Thans is hij als toegevoegd onderzoeker verbonden aan de vakgroep Algemene Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht.

- Isolde Vega is stafmedewerker jeugd- en minderheden bibliotheekwerk bij de Openbare Bibliotheek Amsterdam. Haar taken liggen op beleidsvoorbereidend en beleidsondersteunend niveau. Naast de opleiding tot bibliothecaris studeerde zij pedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam.

- Anneke Zielhorst is orthopedagoog en werkt bij de stichting Advies en Begeleidings Centrum voor het onderwijs (ABC) in Amsterdam. Zij begeleidt scholen die inhoud willen geven aan intercultureel onderwijs en die het taalonderwijs willen vernieuwen. Zij verzorgt cursussen 'Onderwijs in Nederlands als Tweede Taal' voor leerkrachten in het basisonderwijs. Verder werkt ze mee aan de ontwikkeling van modellen voor samenhang tussen het Onderwijs in Eigen Taal en het onderwijs Nederlandse taal.

 

0.6 Aanbevolen literatuur

De laatste twee decennia zijn veel leermiddelen gescreend op hun interculturele en (anti-)racistische gehalte. Publicaties worden verzameld in het documentatiecentrum van PAREL, landelijk adviescentrum voor interculturele leermiddelen te Utrecht.

- Mok, Ineke en Peter Reinsch, Op zoek naar een multi-etnisch perspectief; Analyse van een viertal nieuwe aardrijkskunde-methodes. Parel, Utrecht 1993.

- Mok, Ineke en Marian van 't Hoff, '... en hij noemde hen Indianen ...'. Parel, Utrecht 1992. Drie katernen over de beeldvorming van Indianen respectievelijk in geschiedenisboeken voor het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en jeugdliteratuur.

- Mok, Ineke, Anti-racisme en schoolboeken: een evaluatie van aardrijkskunde en geschiedenis in het voortgezet onderwijs. Parel, Utrecht 1990.

- Feiten tegen vooroordelen. Anne Frank Stichting met NBLC en SDU, Amsterdam 1993. Bespreekt en weerspreekt de meest voorkomende misvattingen over migranten en de Nederlandse samenleving. De Anne Frank Stichting verzorgt trainingen en adviseert op het gebied van etnische minderheden op de arbeidsmarkt en multi-etnisch onderwijs. Wie op zoek is naar informatie over discriminatie, racisme, antisemitisme en de multi-etnische samenleving kan terecht in de bibliotheek van de Anne Frank Stichting, Prinsengracht 263, Postbus 730, 1000 AS Amsterdam, tel. 020-5567100.

- Intercultureel onderwijs voor lerarenopleidingen. Educatief Centrum Noord (ECN) / Noordelijke Hogeschool Leeuwarden (NHL), Leeuwarden 1991-1993. Deze serie beoogt de opname van interculturele leerstof binnen diverse studierichtingen. Tevens is de serie bedoeld om de deskundigheid op het gebied van intercultureel onderwijs bij (aanstaande) leraren te vergroten.

- Yvonne Leeman en Sawitri Saharso hebben de houding van scholieren bestudeerd ten aanzien van medeleerlingen met een andere etnische herkomst. Hun bevindingen staan ondermeer in hun proefschriften:

Leeman, Yvonne, Samen jong; Nederlandse jongeren en lessen over inter-etnisch samenleven en discriminatie. Van Arkel, Utrecht 1994.

- Saharso, Sawitri, Jan en alleman. Etnische jeugd over etnische identiteit, discriminatie en vriendschap. Van Arkel, Utrecht 1992.

Philomena Essed heeft studie verricht naar ervaringen van racisme, met name naar de ervaringen van zwarte vrouwen in Amerika en Nederland. Twee publicaties van haar zijn: Essed, Philomena, Inzicht in alledaags racisme; Theorie, praktijk en ervaring. Het Spectrum, Utrecht 1991. Vert. van Understanding everyday racism; An interdisciplinary theory and analysis of the experiences of black women. Sage, London 1991. Essed, Philomena, Diversiteit; Vrouwen, kleur en cultuur. Ambo, Baarn 1994. In deze bundel belicht zij vanuit verschillende invalshoeken de relatie tussen racisme, seksisme, en identiteit.

- Twee klassiekers op het gebied van racisme en onderdrukking zijn: Fanon, Frantz, De verworpenen der aarde. Van Gennep, Amsterdam 3e dr. 1984. Vert. van Les damnés de la terre. Maspero, Parijs 1961. Fanon, Frantz, Zwarte huid, blanke maskers. Van Gennep/Novib, 3e dr. Amsterdam/Den Haag 1984. Vert. van Peau noir, masques blancs, Seuil, Parijs 1952. Frantz Fanon, zelf afkomstig uit de Franse kolonie Martinique, analyseert in deze werken de betekenis van kolonisatie en racisme voor de gekoloniseerden.

 


top of page