|

|
Interculturalisatie
en leermiddelen
Module
voor de tweedegraads
lerarenopleiding
(Studentenhandleiding)
- Auteur: Dr.
Hanneke Homan
- Eindredactie:
Tom van der Geugten en Theo van
Praag
- Versie 20
april 1999, ©Parel, Utrecht
1999
Overname
uit deze uitgave is toegestaan mits onder
bronvermelding
|
- Deel 1 Algemeen
- Deel 2 Beschrijving
stappenplan
Voorwoord
De module
"Interculturalisatie én leermiddelen" is het
resultaat van een gezamenlijke inspanning van de Hogeschool
van Amsterdam en Parel, landelijk adviescentrum voor
interculturele leermiddelen te Utrecht. Parel draagt bij aan
kwaliteitsverbetering van leermiddelen door het analyseren
en beoordelen van leermiddelen vanuit een interculturele
visie, bijvoorbeeld aan de hand van de vraag of in teksten
en afbeeldingen stereotiepen of vooroordelen worden
bevestigd of juist bestreden? Parel functioneert ook als
meldpunt voor gebruikers van leermiddelen indien vormen van
stereotyperingen of racisme worden gesignaleerd. Parel geeft
gevraagd en ongevraagd advies aan overheidsinstanties,
instellingen en personen die direct of indirect betrokken
zijn bij ontwikkeling en gebruik van leermiddelen. Parel
beschikt over een documentatiecentrum waarin naast
leermiddelen, ook publicaties op het gebied van
intercultureel onderwijs, racisme en lesmateriaalanalyse
aanwezig zijn. Dit materiaal kan na telefonische afspraak
worden geraadpleegd.
Deze module
is voor 40 studielasturen opgezet volgens een doelgericht
stappenplan met diverse studieactiviteiten die ten dele
worden uitgevoerd door werkgroepen van ca. vier studenten.
(Voor individuele studie is een alternatief stappenplan
opgenomen in de docentenhandleiding.) Deel 1 van deze
studentenhandleiding begint met een inleiding over de
uitgangspunten van deze module en de daarbij gehanteerde
begrippen, waarna in hoofdstuk 1.2 de doelstellingen van de
module staan vermeld. In hoofdstuk 1.3 is te lezen hoe het
werk van studenten wordt beoordeeld en welke criteria
daarbij worden gehanteerd. In hoofdstuk 1.4 is te lezen hoe
de module is georganiseerd wat betreft communicatie,
groepswerk en het stappenplan. Hoofdstuk 1.5 bevat gegevens
waarmee nadere informatie verkregen kan worden. In deel 2
worden de acht stappen behandeld in de vorm van opdrachten
met toelichtingen. Deel 3 bevat daarbij te gebruiken
bijlagen.
Deel 1 -
Algemeen
1.1
Inleiding
Interculturalisatie van het
onderwijs
Voor het gehele voortgezet
onderwijs in Nederland gelden de volgende drie
hoofdkenmerken: (1) het bieden van een brede persoonlijke en
maatschappelijke vorming aan elke leerling, (2) het centraal
stellen van een actieve, zo zelfstandig mogelijk lerende
leerling en (3) het recht doen aan en benutten van
verschillen tussen leerlingen. Intercultureel onderwijs
(ICO) is onderwijs is waarin leerlingen en docenten leren
omgaan met overeenkomsten en verschillen die samenhangen met
culturele achtergrondkenmerken. ICO past dus goed bij de
drie genoemde hoofdkenmerken, met name bij het
derde.
Tegenwoordig doet praktisch
elke school wel iets aan intercultureel onderwijs. De gewone
lespraktijk omvat vaak interculturele activiteiten, die
overigens lang niet altijd zo worden genoemd. Denk maar aan
een leerling die vertelt over ervaringen in het buitenland,
aan boeken waarvan het verhaal zich afspeelt in een
"vreemde" cultuur, aan een museumbezoek of aan meertalige
leerlingen die iets in hun eigen taal vertellen. Het zijn
manieren waarop in het onderwijs rekening wordt gehouden met
verschillen tussen culturen, ofwel uitingen in taal,
beelden, gedragingen, religie, kunst, muziek enzovoort;
uitingen waaraan mensen hun identiteit ontlenen en waardoor
zij tot een groep of gemeenschap behoren. Een cultuur is dus
ook de manier waarop mensen omgaan met problemen van de
samenleving, problemen die te maken kunnen hebben met
factoren als afkomst, etniciteit (van het Griekse woord voor
volk: ethnos), religie of sekse (gender).
Van structurele aandacht
voor culturele diversiteit is in veel onderwijsinstellingen
nog geen sprake. Daarbij moet je niet alleen denken aan de
inhoud en vorm van het onderwijs, maar ook aan alle
geledingen van een school: schoolleiding, docententeam,
onderwijsondersteunend personeel, de leerlingen en hun
ouders. En dan zijn er ook nog personen in de samenleving
waarmee de school direct of indirect te maken heeft. Diverse
scholen in Nederland kennen een hoog percentage leerlingen
uit migrantengroepen, maar de samenstelling van
schoolleiding en docentencorps weerspiegelt deze verhouding
zelden.
ICO is bedoeld voor zowel
allochtone (uit een ander land afkomstige) als autochtone
(uit het land zelf afkomstige) leerlingen. Alle leerlingen
hebben immers te maken met vormen van culturele diversiteit
in onze multiculturele samenleving. Alle leerlingen moeten
leren hoe ze daarmee op voet van gelijkwaardigheid kunnen
omgaan. ICO is dus ook een vorm van emancipatorisch
onderwijs, waarmee bijvoorbeeld wordt tegengegaan dat
reële of vermeende verschillen in
persoonlijkheidsstructuur of sociale status herleid worden
tot verschillen tussen mannen en vrouwen
(seksisme).
In plaats van
"intercultureel onderwijs" wordt ook wel gesproken van
"multicultureel onderwijs". Hoewel met beide begrippen
meestal hetzelfde wordt bedoeld, legt het gebruik van
"multicultureel" accent op het bestaan van
méérdere culturen, terwijl met
"intercultureel" accent wordt gelegd op de relatie tussen
die culturen. Met "interculturalisatie" wordt het proces
bedoeld waarbij in toenemende mate structureel rekening
wordt gehouden met en recht wordt gedaan aan culturele
diversiteit.
Leermiddelen en intercultureel
onderwijs
Leermiddelen spelen een
grote rol in het onderwijs. Veel leraren doen pas mee aan
een vernieuwing van het onderwijs als ze een schoolboek
hebben ingevoerd dat is afgestemd op die vernieuwing en
waarmee deze relatief gemakkelijk kan worden gerealiseerd.
Leermiddelen zijn dus belangrijke motoren van
onderwijsvernieuwing en dat geldt ook voor de
interculturalisatie van het onderwijs.
Als we het hebben over
leermiddelen bedoelen we in de eerste plaats "gewone"
schoolboeken (methoden/leergangen). Daarnaast is er ook
divers aanvullend onderwijsmateriaal. Als docent heb je een
belangrijke stem in de keuze van leermiddelen.
De bedoeling van deze module
is dat je leermiddelen leert beoordelen op hun
intercultureel gehalte. Je zult je bijvoorbeeld afvragen of
alle leerlingen in Nederland zich zullen herkennen in
teksten en afbeeldingen van een bepaald leermiddel, met
andere woorden: of het leermiddel aansluit bij de leefwereld
van alle leerlingen. Je aandacht wordt gevestigd op het
verborgen curriculum, het leerplan waarvan de gebruiker zich
vaak niet bewust is. Je ontwikkelt inzicht in
discriminerende en soms racistische boodschappen die
leerlingen via leermiddelen kunnen ontvangen. Dat gebeurt
vaak onopzettelijk, maar het gebeurt wel. In een schoolboek
kan bijvoorbeeld onderscheid worden gemaakt op basis van
argumenten die er in een gegeven situatie niet toe doen.
Daardoor kunnen leden van een etnische groep worden
achtergesteld vanwege hun herkomstland, taal, gewoontes of
uiterlijk. Zo zijn er schoolboeken waarin mensen volgens een
"rassentheorie" worden gecategoriseerd op grond van
uiterlijk, ondanks het feit dat het begrip "ras" met
betrekking tot mensen geen wetenschappelijke status
heeft.
Een veel voorkomend
verschijnsel in schoolboeken voor alle vakken is
etnocentrisme (bijvoorbeeld eurocentrisme) waarbij
verschijnselen uitsluitend vanuit het perspectief van de
eigen etnische (bijvoorbeeld Europese) groep zijn
weergegeven. Bij het grote aantal schoolboeken dat de
laatste jaren in Nederland is verschenen zien we gelukkig
dat steeds meer schrijvers streven naar een multicultureel
en multi-etnisch perspectief, waarbij ruimte wordt geboden
aan verschillende culturele en etnische invalshoeken. In
plaats van het benadrukken van culturele tradities
(folklorisme) is er een groeiende aandacht voor de dynamiek
van culturen in verleden en heden. Vooroordelen (niet op
feitenkennis gebaseerde meningen) en stereotyperingen
(eigenschappen van een persoon toegeschreven aan alle leden
van een groep) uit verleden en heden worden in diverse
boeken aan de kaak gesteld.
Moderne aanpak
Bij de opzet van deze module
is aangesloten bij informatie-technologische en
onderwijskundige veranderingen in de tweedegraads
lerarenopleiding. De studentenhandleiding en te bestuderen
literatuur kunnen digitaal worden verworven. Tussentijdse
verslaggeving naar de docent kan per e-mail plaatsvinden. De
module is opgezet volgens het concept leren-leren
(zelfstandig / autonomer studeren), waarbij studenten met
een hoge mate van zelfstandigheid en eigen
verantwoordelijkheid een studietraject afleggen volgens een
uitgestippeld stappenplan.
Na de oriëntatie in
stap 1 worden werkgroepen gevormd en werkafspraken gemaakt.
In stap 2 ga je nader in op "sprekende voorbeelden" van ICO.
In stap 3 onderzoek je in groepsverband en individueel je
eigen perspectief met betrekking tot ICO. In stap 4 verdiep
je je in het scala bij ICO toepasbare werkvormen. In stap 5
gaat elke werkgroep naar een school waar je de stand van
zaken in het werkveld met betrekking tot ICO inventariseert.
In stap 6 analyseer je een aantal leermiddelen op hun
interculturele gehalte. In stap 7 verzorgt elke werkgroep
een presentatie over de belangrijkste en interessantste
bevindingen van stap 1 t/m 6. Na het schrijven van een
persoonlijke conclusie met aandacht voor de relatie tussen
jouw persoonlijk perspectief , de stand van zaken in het
werkveld en het interculturele gehalte van leermiddelen met
daarbij te hanteren werkvormen reflecteer je in stap 8 op
het leerproces en het resultaat, met name wat betreft
mogelijkheden om als docent bij te dragen aan
ICO.
1.2
Doelstellingen
Algemene doelstellingen
De student ontwikkelt zijn
kennis, inzicht, vaardigheden en houding ten aanzien van
intercultureel onderwijs en de daarbij bestaande relatie
tussen zijn persoonlijke perspectief, de stand van zaken in
het voortgezet onderwijs en de mate van interculturaliteit
van leermiddelen.
Hij oriënteert zich op
mogelijkheden om in het voortgezet onderwijs recht te doen
aan het feit dat leerlingen opgroeien in een multiculturele
samenleving met het doel leerlingen te leren omgaan met
overeenkomsten en verschillen samenhangend met etnische en
culturele achtergrondkenmerken, gericht op het gelijkwaardig
en gezamenlijk functioneren in de Nederlandse
samenleving.
De student kan met
betrekking tot zijn studieproces zich oriënteren,
activiteiten plannen, samenwerken, verslagleggen en
reflecteren.
Specifieke doelstellingen
(per stap)
De student
- a heeft kennis van
belang en inhoud van ICO en daarmee samenhangende
begrippen en kan deze kennis toepassen op voorbeelden uit
de praktijk (stappen 1 en 2);
- b heeft kennis van en
inzicht in de rondom hem bestaande culturele diversiteit
en kan een omschrijving geven van zijn persoonlijk
perspectief met betrekking tot ICO (stap 3);
- c kan een relatie leggen
tussen ICO en de kerndoelen en eindtermen voor
basisvorming en vbo/mavo (vmbo) (stap 4);
- d kan de stand van zaken
met betrekking tot ICO op een school analyseren en kan
mogelijkheden noemen voor (aankomende) docenten voor een
bijdrage aan onderwijsinterculturalisatie (stap
5);
- e kan leermiddelen
vanuit gestelde criteria analyseren op intercultureel
gehalte (stap 6);
- f kan de resultaten van
zijn bevindingen mondeling presenteren (stap
7);
- g kan met betrekking tot
ICO een verband leggen tussen zijn persoonlijk
perspectief , de stand van zaken in het werkveld en het
gehalte van leermiddelen met daarbij te hanteren
werkvormen (stap 7);
- h kan reflecteren op
proces en product van zijn studie en kan mogelijkheden
aangeven om als docent bij te dragen aan ICO (stap
8).
1.3 Evaluatie /
toetsing
Hieronder worden de criteria
genoemd waarmee je wordt beoordeeld.
Aanwezigheid (A)
Voor de plenaire en
werkgroepsbijeenkomsten geldt in principe een
aanwezigheidsplicht van 100%.
Werkdossier (B)
Gedurende het werk aan deze
module houdt de student een werkdossier bij dat tot slot bij
de docent ter beoordeling wordt ingeleverd. Het bevat ten
minste:
- 1 Logboek (vermelding
per stap van activiteiten, tijdstip, studielast,
taakverdeling; reflectieve notities);
- 2 Planning activiteiten
en werkafspraken (stap 2c);
- 3 Verslag
werkgroepbijeenkomst 3b (stap 3c);
- 4 Beschrijving
persoonlijk perspectief (stap 3c);
- 5 Verslag
werkgroepbijeenkomst 4b (stap 4c);
- 6 Verslag
werkgroepbijeenkomst 5b (stap 5c);
- 7 Verslag
werkgroepbijeenkomst 6b (stap 5c);
- 8 Inventarisatie (stap
7a)
- 9 Persoonlijke conclusie
(stap 7c)
- 10 Reflectie (stap
8c).
Presentatie (C)
Voor de presentatie (ter
beoordeling door docent en medestudenten) gelden als
vereisten:
1 Behandeld worden de
bevindingen en mogelijkheden wat betreft (I) persoonlijke
perspectieven, (II) het werkveld en (III)
leermiddelen.
2 Ter introductie worden
vermeld de werkgroepleden, onderzochte school en
leermiddelen.
3 De door de werkgroep
gevolgde werkwijze wordt beschrijvend en beoordelend
geëvalueerd.
4 De werkgroep houdt zich
aan de met de docent afgesproken beschikbare
tijd.
5 De opbouw is logisch en
duidelijk; bij voorkeur met behulp van visuele
hulpmiddelen.
Beoordeling
Voor afronding van de module
geldt A als voorwaarde. Eindcijfer is het gemiddelde van de
cijfers van B en C, die beide ten minste voldoende moeten
zijn.
1.4 Organisatie
Informatie en communicatie
Van de student wordt
verwacht dat hij de benodigde studiematerialen langs
digitale weg kan verwerven. De tussentijdse verslagen van
werkgroepactiviteiten worden (telkens binnen een week) bij
voorkeur per e-mail naar de docent gestuurd die de ontvangst
ervan bevestigt.
Groepswerk
Een groot deel van de 40
studielasturen vullen studenten in met groepswerk. Daarbij
wordt een groot beroep gedaan op hun sociale vaardigheden,
met name het elkaar helpen, het maken van goede afspraken en
het zich er aan houden. Laat niet onnodig tijd verloren gaan
door slechte communicatie!
Overzicht van het
stappenplan
(met geraamd aantal
studie-uren; * betekent: eenmaal per student)
Stap 1 Oriëntatie (2
uur)
- a Voorbereiding
bijeenkomst (0 uur)
- b Plenaire bijeenkomst
met docent (1 uur)
- c Verwerking (1
uur)
Stap 2 Sprekende voorbeelden
(4 uur)
- a Voorbereiding
bijeenkomst (1 uur):
- b Plenaire bijeenkomst
met docent (1 uur)
- c Verwerking (2
uur)
Stap 3 Je persoonlijk
perspectief (4 + 1*uur)
- a Voorbereiding
bijeenkomst (1 uur).
- b Bijeenkomst werkgroep
(2 uur)
- c Verwerking (2 + 1*
uur)
Stap 4 Vaardigheden en
werkvormen (5 + 1* uur)
- a Voorbereiding
bijeenkomst (2 uur):
- b Bijeenkomst werkgroep
(2 uur)
- c Verwerking (1 + 1*
uur)
Stap 5 Het werkveld (7 + 1*
uur)
- a Voorbereiding
bijeenkomst (2 uur)
- b Bijeenkomst werkgroep
(4 uur):
- c Verwerking (1 + 1*
uur):
Stap 6 Leermiddelen (7 + 1*
uur)
- a Voorbereiding
bijeenkomst (2 uur)
- b Bijeenkomst werkgroep
(4 uur)
- c Verwerking (1 + 1*
uur)
Stap 7 Conclusie en
presentatie (6 uur)
- a Voorbereiding
bijeenkomst (2 uur):
- b Plenaire bijeenkomst
met docent (2 uur):
- c Verwerking (2
uur):
Stap 8 Evaluatie en
reflectie (4 uur)
- a Voorbereiding
bijeenkomst (0 uur)
- b Plenaire bijeenkomst
met docent (1 uur)
- c Verwerking en
afronding (3 uur)
1.5
Studiemateriaal
(vermeldingen bijgewerkt op
22 april 1999)
Het voor deze module
benodigde studiemateriaal is via internet digitaal
beschikbaar (zie de tussen haakjes vermelde adressen.)
Aanvullend materiaal wordt hieronder vooraf gegaan door een
+-teken.
Voor adressen van
organisaties en bij wijzigingen van internetadressen e.d.
kan de laatste versie van deze tekst op de website van Parel
worden geraadpleegd (v.a. april 1999:
www.parel.nl).
+ Bruin, K. en H. van
der Heijde, Intercultureel onderwijs in de praktijk,
Bussum 1998.
- Caarls, J.,
Interculturele leermiddelen in de BVE. Adviezen voor
uitgevers en auteurs. Parel, Utrecht 1999 (aangepaste
versie op www.parel.nl).
- Examenprogramma's
vmbo (vbo/mavo), diverse publicaties 1999
(www.slo.nl; www.pmvo.nl; www.kpcgroep.nl).
- Examenprogramma's
havo en vwo, diverse publicaties, o.m. SLO,
Enschede 1996 (www.pmvo.nl;
www.kpcgroep.nl).
- Geugten, T. van der,
Weten wie je bent - Molukkers in Nederland.
BONUSlesbrief geschiedenis KPCgroep, Den Bosch 1998
(www.dlm.org).
- Hoeij, J. van e.a.
(red.), Waar een wil is en een weg. Sprekende voorbeelden
van intercultureel onderwijs. Projectgroep ICO / Anne
Frank Stichting, Amsterdam 1996
(www.aric.nl)
- Homan, H.
Interculturalisatie én leermiddelen. Module voor
de tweedegraads lerarenopleiding.
Studentenhandleiding. Parel, Utrecht 1999
(www.parel.nl).
- Homan, H.
Interculturalisatie én leermiddelen. Module voor
de tweedegraads lerarenopleiding.
Docentenhandleiding. Parel, Utrecht 1999
(www.parel.nl).
- Kerndoelen
basisvorming. diverse publicaties, o.m. PMVO Den Haag,
1997; hieruit: Preambule en vakkerndoelen
(digischool.bart.nl).
- Mok, I. & P.
Reinsch, Kieskleurig. Handleiding intercultureel
lesmateriaal. Alphen a/d Rijn 1996 (aangepaste versie op
www.parel.nl).
+ Mok, I.,
Interculturele leermiddelen in de Tweede Fase. Adviezen
voor uitgevers en auteurs. Parel, Utrecht
1997.
- Parelwijzer:
criteriawijzer voor interculturele leermiddelen.
Parel, Utrecht 1999 (www.parel.nl)
+ Werf, S. van der,
Allochtonen. Een inleiding in de multiculturele
samenleving. Bussum 1998.
Deel 2 - Beschrijving van
het stappenplan
2.1
Stap 1
Oriëntatie
1a Voorbereiding
bijeenkomst
Individueel:
- Tijdens de eerste
bijeenkomst heeft de student een (geprint) exemplaar van de
studentenhandleiding van deze module bij zich.
1b Plenaire bijeenkomst met docent (1
uur)
Tijdens deze eerste plenaire
bijeenkomst geeft de docent uitleg over de plaats van deze
module in het totale studieprogramma, over het belang van
een speciale module over ICO en leermiddelen en over de
opzet van de module volgens het concept leren-leren met de
daarbij behorende duidelijkheid van de docent en eigen
verantwoordelijkheid van de student.
Na een toelichting op het
stappenplan, het werkdossier en het logboek worden
werkgroepen van ca. vier studenten gevormd, waarbij
gestreefd wordt naar zo groot mogelijke heterogeniteit.
Zodra de werkgroepen zijn geformeerd, wisselen de
groepsleden onderling informatie uit. Als men elkaar nog
niet kent kunnen relevante persoonsgegevens uitgewisseld
worden, zoals naam, leeftijd en vooropleiding en de ervaring
met culturele diversiteit, ook buiten onderwijsverband. Te
denken valt aan interculturele ervaring in de familie, de
vriendenkring, op reis, enzovoort. Vastgelegd worden namen,
adressen, e-mailadressen, fax- en telefoonnummers van alle
werkgroepsleden. Voor de communicatie met de docent worden
ook zijn contactadressen genoteerd.
Uitgangspunt voor deze
module is dat je eigen ervaring, maar ook je werkplek van
invloed is op het interculturalisatieproces. Ga je stage
lopen of werken op een school waar al veel wordt gedaan op
dit gebied, dan kun je inhaken op de bestaande situatie,
terwijl je op een andere school wellicht moet beginnen met
uit te leggen wat interculturalisatie van leermiddelen
inhoudt. In deze module staan drie factoren
centraal:
(I) je persoonlijk
perspectief (vanuit je eigen ervaring met
interculturaliteit); (II) de stand van zaken met betrekking
tot ICO in het voortgezet onderwijs (VO) en (III) het
interculturele gehalte van leermiddelen en hoe je daarmee
kunt omgaan. Het gaat er in deze module dus om de samenhang
tussen I, II en III te ontdekken.
1c Verwerking (1 uur)
Individueel:
- Bestudeer de
studentenhandleiding van deze module. Oriënteer je goed
op het stappenplan. Realiseer je goed wat bij elke stap van
je wordt verwacht en wat daarvan de bedoeling is (zie
hoofdstuk 1.2). Let speciaal op diverse begrippen en
betekenissen ervan in hoofdstuk 1.1.
- Maak een planning van de
individueel en in groepsverband uit te voeren
activiteiten.
- Begin met het aanleggen
van je werkdossier en het bijhouden van je logboek (zie
hoofdstuk 1.3).
2.2 Stap 2 Sprekende
voorbeelden
2a Voorbereiding bijeenkomst (1
uur)
Individueel:
- Literatuurstudie:
Voorwoord, Inleiding en hoofdstukken 1, 2 en 3 uit het boek
Waar een wil is.. (zie hoofdstuk 1.5) Door
bestudering van dit boek krijg je een indruk van de stand
van zaken van ICO (anno 1996) in Nederland en van de
instellingen en groepen die zich ermee
bezighouden.
2b Plenaire bijeenkomst met docent (1
uur)
In deze bijeenkomst komen
aan de hand van "sprekende voorbeelden van intercultureel
onderwijs" de volgende punten aan de orde: Wat is ICO
eigenlijk? Welke begrippen met welke definities zijn in
gebruik? Waar komt het vandaan? Wat is de huidige situatie
op het gebied van regelgeving? Hoe werkt het in de praktijk?
Ook wordt aangegeven hoe meer informatie verkregen kan
worden.
2c Verwerking (2 uur)
Per werkgroep:
- Maak afspraken over de uit
te voeren activiteiten van het gehele stappenplan. Elke
student neemt de werkgroepafspraken op in zijn werkdossier.
Stuur (binnen een week) per werkgroep een exemplaar naar de
docent met vermelding namen en e-mailadressen van
werkgroepleden.
- Begin met de voorbereiding
van stap 5b: kies een school (per werkgroep een andere);
informeer naar mogelijkheden; maak een afspraak.
Individueel:
- Bedenk naar aanleiding van
de behandelde "sprekende voorbeelden" een aantal vragen met
betrekking tot ICO in jouw vakgebied die je op een school
aan een vakdocent zou willen stellen. Neem deze op in je
werkdossier en bewaar ze voor stap 5a.
- Werk je werkdossier
(inclusief logboek) bij.
2.3 Stap 3 Je persoonlijk
perspectief
3a Voorbereiding bijeenkomst (1
uur)
Individueel:
- Literatuurstudie: Waar
een wil is... hoofdstukken 4 t/m 8.
3b Bijeenkomst werkgroep (2
uur)
Bespreek culturele
overeenkomsten en verschillen binnen de werkgroep aan de
hand van bijlage 1. Spreek vooraf een taakverdeling af.
(Laat gedurende het stappenplan de taken van gespreksleider
en notulist rouleren.) Kom tot slot tot een conclusie over
de volgende vraag: Met welke culturele verschillen hebben we
in onze directe omgeving te maken en hoe belangrijk zijn
deze?
3c Verwerking (2 + 1* uur)
Individueel:
- Verslaggeving (*roulerend)
werkgroepbijeenkomst 3b. Stuur (binnen een week) exemplaren
naar docent en overige werkgroepleden.
- Om vast te stellen wat
jouw persoonlijk perspectief ten aanzien van ICO is ga je
als volgt te werk.
(1) Beschrijf wat je je
herinnert van je eigen schoolloopbaan aan de hand van
bijlage 2.
(2) Geef vervolgens met
bijlage 3 aan hoe je prioriteiten liggen als het om de
toekomst van ICO en je schoolloopbaan gaat.
(3) Tel daarna volgens
bijlage 4 de genoteerde cijfers op en kijk of je je herkent
in de beschrijvingen van het perspectief met de hoogste
score.
(4) Geef tot slot een
beschrijving van je persoonlijk perspectief ten aanzien van
ICO met gegevens uit (1), (2) en (3). Neem dit op in je
werkdossier.
- Werk je werkdossier
(inclusief logboek) bij.
2.4 Stap 4 Vaardigheden en
werkvormen
4a Voorbereiding bijeenkomst (2
uur)
Individueel:
- Literatuurstudie: Waar
een wil is...: hst. 9 t/m 12.
Per werkgroep:
- Inventariseer bij ICO
passende vaardigheden en werkvormen in leerlingen- en
docentenmateriaal (let met name op opdrachten). Ga als volgt
te werk:
(1) Neem de kerndoelen
basisvorming en de examenprogramma's vmbo (hiervan de
vakkerndoelen én de algemene onderwijsdoelen in de
Preambule) voor zover deze op je vak betrekking hebben en
streep hierin de vaardigheden aan die (kunnen) passen bij de
doelstellingen van ICO.
(2) Stel aan de hand van de
aangestreepte vaardigheden een lijst op van bij ICO passende
vaardigheden en erbij passende werkvormen. Neem deze op in
je werkdossier.
4b Bijeenkomst werkgroep (2
uur)
Analyseer een aantal
speciaal voor ICO ontwikkelde leermiddelen (zoals uit de
serie "Bouwstenen voor intercultureel onderwijs") op
vaardigheden en werkvormen die goed bij ICO passen. Doe het
als volgt:
(1) Bekijk een leermiddel en
let daarbij vooral op vaardigheidsopdrachten (in het
leerlingenmateriaal) en werkvormsuggesties (in de
docentenhandleiding). Noteer telkens de voorkomende
vaardigheden en werkvormen. Vergelijk (inventariseer
overeenkomsten en verschillen) deze met de opgestelde lijst
(stap 4a).
(2) Bedenk zo nodig per
onderzocht leermiddel aanvullende interculturaliserende
suggesties.
(3) Formuleer op basis van
(1) en (2) een conclusie over mogelijkheden tot
onderwijsinterculturalisatie door middel van vaardigheden en
werkvormen. Neem de conclusie op in je verslag (zie
4c).
4c Verwerking (1 + 1* uur)
Individueel:
- Verslaggeving (*roulerend)
werkgroepbijeenkomst 4b. Stuur (binnen een week) exemplaren
naar de docent en overige werkgroepleden.
- Houd je werkdossier
(inclusief logboek) bij.
2.5 Stap 5 Het
werkveld
5a Voorbereiding bijeenkomst (2
uur)
Individueel:
- Literatuurstudie: Waar
een wil is...: hst. 13 t/m 16 en Conclusies.
Per werkgroep:
- Voorbereiding stap 5b.
Bedenk bij bijlage 5 enkele aanvullende vragen.
5b Bijeenkomst werkgroep (4
uur)
- Ga op afspraak naar een
school voor VO of BVE en inventariseer daar de stand van
zaken ten aanzien van ICO aan de hand van bijlage 5 en eigen
vragen. Ga zorgvuldig te werk in tweetallen: vragensteller
en notulist. Probeer informatie uit drie verschillende
invalshoeken te krijgen, dus bijvoorbeeld een directielid,
een docent en iemand uit het onderwijsondersteunend
personeel. Een interview kan in 30 minuten. Leg uit wat de
bedoeling is, in welk kader (opleiding, moduul, naam docent)
dit onderzoekje plaats vindt en wat je verstaat onder ICO.
Stel je op als onderzoeker, dus niet als criticus. Geef aan
dat gegevens vertrouwelijk worden gebruikt (zie 5c) en dat
de geïnterviewden een kopie van het verslag van het
onderzoek toegestuurd krijgen.
5c Verwerking (1 + 1* uur)
Per werkgroep:
- Werk per werkgroep
bijeenkomst 5b uit. Doe het als volgt:
(1) Beschrijf je
schoolbezoek. Vermeld de school (naam, plaats, aanwezige
schooltypen) en de functies van de geïnterviewden.
(Noem bij voorkeur niet hun namen!)
(2) Vergelijk de uitkomsten
van de interviews en vat deze bondig samen.
(3) Bestudeer bijlage 6. Bij
welke stroming past "jullie" school?
Individueel:
- Verwerk (1), (2) en (3) in
een verslaggeving (*roulerend) van werkgroepbijeenkomst 5b.
Stuur (binnen een week) exemplaren naar de docent, overige
werkgroepleden en
geïnterviewden.
- Houd je werkdossier
(inclusief logboek) bij.
2.6 Stap 6
Leermiddelen
6a Voorbereiding bijeenkomst (2
uur)
Individueel:
- Literatuurstudie: uit
Kieskleurig: Inleiding, hoofdstuk 1 en het hoofdstuk
dat handelt over je vak; de Parelwijzer.
6b Bijeenkomst werkgroep (4
uur)
Tijdens deze bijeenkomst ga
je leermiddelen op hun interculture gehalte analyseren. Ga
als volgt te werk.
(1) Spreek als werkgroep af
vanuit welke perspectief (zie stap 3) en met welk doelen
(zie stappen 4 en 5) je deze analyse gaat
uitvoeren.
(2) Bepaal in overleg met je
docent welke leermiddelen je gaat analyseren; bedenk een
doelgerichte taakverdeling.
(3) Bekijk de leermiddelen
aan de hand van de Parelwijzer; noteer van elk titel,
schrijver, doelgroep, jaar van uitgave.
(4) Geef per geanalyseerd
leermiddel een samenvatting van de bevindingen en voeg je
eigen commentaar toe.
(5) Vat als werkgroep de
resultaten van de uitgevoerde analyses samen en bespreek
deze. Formuleer een algemene conclusie met betrekking tot
het interculturele gehalte van leermiddelen.
6c Verwerking (1 + 1* uur)
Individueel:
- Verslaggeving (*roulerend)
werkgroepbijeenkomst 6b. Stuur (binnen een week) exemplaren
naar de docent en overige werkgroepleden.
- Houd je individuele
werkdossier (inclusief logboek) bij.
2.7 Stap 7 Conclusie en
presentatie
7a Voorbereiding bijeenkomst (2
uur)
Per werkgroep:
- Inventariseer:
(1) de meest belangrijke en
interessante bevindingen en
(2) de mogelijkheden voor
(aankomende) docenten voor een bijdrage aan
interculturalisatie van het onderwijs wat betreft
(I) jullie persoonlijke
perspectieven (zie stap 3);
(II) het werkveld (zie stap
5);
(III) leermiddelen en
daarbij te hanteren werkvormen (zie stappen 4 en
6);
- Bereid de presentatie voor
(zie b).
Individueel:
- Neem deze inventarisatie
op in je werkdossier.
7b Plenaire bijeenkomst met docent (2
uur)
- Verzorg als werkgroep een
presentatie over de geïnventariseerde bevindingen
én mogelijkheden wat betreft I, II en III (zie 7a).
Volg daarbij de volgende richtlijnen (tevens
beoordelingscriteria voor docent en
medestudenten):
(1) Bevindingen én
mogelijkheden wat betreft I, II en III worden
behandeld.
(2) De opbouw is logisch en
duidelijk; bij voorkeur met behulp van visuele
hulpmiddelen;
(3) Ter introductie worden
vermeld de werkgroepleden, onderzochte school en
leermiddelen;
(4) De door de werkgroep
gevolgde werkwijze wordt beschrijvend en beoordelend
geëvalueerd.
(5) De werkgroep houdt zich
aan de in overleg met de docent vastgestelde tijd. (Laat
iemand deze bewaken.)
- Elke presentatie wordt
kort geëvalueerd aan de hand van deze
criteria.
7c Verwerking (2 uur)
Individueel:
- Schrijf naar aanleiding
van alle presentaties een persoonlijke conclusie met
aandacht voor de relatie tussen I, II en III. Neem dit op in
je werkdossier. Zie ook 8a!
2.8 Stap 8 Evaluatie en
reflectie
8a Voorbereiding bijeenkomst (0
uur)
Individueel:
Formuleer een kernachtige
samenvatting van je conclusie (zie 7c).
8b Plenaire bijeenkomst met docent (1
uur)
Evaluatiebespreking van de
module, waarbij studenten notities maken.
8c Verwerking (3 uur)
Individueel:
- Reflecteer naar aanleiding
van de evaluatiebespreking beschrijvend en beoordelend op
deze module met ten minste aandacht voor de volgende punten.
Neem deze reflectie op in je werkdossier.
(1) Het leerresultaat: Wat
zijn de belangrijkste dingen die je hebt geleerd? Ben je
tevreden met vorm en inhoud van de presentatie?
(2) Het leerproces: Wat heb
je wel / niet goed aangepakt? Heeft zich in je persoonlijk
perspectief een ontwikkeling voorgedaan?
(3) De samenwerking: Hoe
hebben de leden van je werkgroep elkaar geholpen bij het
samenwerken? Wat zou je een volgende keer anders
doen?
(4) Het
handelingsperspectief: Op welke manieren denk jezelf in de
toekomst een bijdrage te leveren aan interculturalisatie van
het onderwijs?
Deel 3 - Bijlagen
3.1 Bijlage 1 ( zie stap
3)
Vijf discussiepunten
1 Individu/gemeenschap: Kom
je uit een zeer individualistisch ingestelde omgeving of
juist niet? Waaruit blijkt dat?
2 Machtsafstand: Hoe ga je
om met autoriteit binnen het gezin, op school, in het
verkeer, met de politie, de huisarts?
3 Verhouding man/vrouw:
Welke rolverdeling ben je thuis gewend? Hoe werkt dat in de
praktijk? Zou je zelf ook deze keuze maken?
4 Tijdsoriëntatie: Niet
iedereen hecht op dezelfde manier aan tijd. Mensen die
ontspannen omgaan met afspraken worden soms als
onbetrouwbaar beschouwd. Mensen die stiptheid juist heel
belangrijk vinden worden soms uitgemaakt voor neuroten. Hoe
ligt dat binnen de werkgroep?
5 Communicatiestijl: De
regels van de communicatie verschillen per land, per
gemeenschap en zelfs per familie. Vergelijking binnen de
groep zelf kan deze verschillen illustreren.
3.2 Bijlage 2 (zie stap
3)
Tien vragen over je
schoolloopbaan
- 1 Op welke scholen heb
je zelf gezeten?
- 2.Was daar sprake van
een multi-etnische leerlingenpopulatie?
- 3 Hoe was het
docententeam samengesteld?
- 4 Herinner je je
interculturele elementen in de lessen?
- 5 Werd er aan ICO
gedaan?
- 6 Heb je je ooit
gestoord aan leermiddelen die op school werden
gebruikt?
- 7 Wat is je het meest
bijgebleven van je lagere- en middelbare
schooltijd?
- 8 Wat kun je vertellen
over de manier waarop de lessen werden
gegeven?
- 9 Welke lessen hebben de
meeste indruk op je gemaakt, waarom?
- 10 Zou jij zo
kunnen/willen lesgeven?
3.3 Bijlage 3 (zie stap
3)
Doelstellingenlijst van ICO
Geef telkens met een cijfer
aan of je het onbelangrijk (noteer 1), zeer belangrijk (5)
of iets daartussen (noteer 2, 3, of 4) vindt.
- 1 ICO is sociaal
wenselijk; het zorgt voor goed opgeleide mensen in de
maatschappij.
- 2 ICO past bij mijn
nieuwsgierigheid; ik hoor en lees steeds weer nieuwe
dingen.
- 3 ICO is motiverend voor
leerlingen; voor elk is er mogelijkheid tot
identificatie.
- 4 ICO past bij mijn
bezorgdheid; zonder diploma kom je immers nergens meer
aan het werk.
- 5 ICO past bij mijn
eigen houding ten aanzien van discriminatie; je leert te
anticiperen op moeilijke situaties.
- 6 ICO is moeilijk; je
moet er hard voor blokken net als de
leerlingen.
- 7 ICO is een wettelijke
verplichting; het moet nou eenmaal.
- 8 ICO is goed voor de
sfeer in de klas; leerlingen zijn meer
geïnteresseerd in elkaar.
- 9 ICO verbetert het
rendement; het slaagpercentage gaat er door
omhoog.
- 10 ICO zorgt voor
afwisseling; leuk die voorbeelden, niet het geijkte
huisje, boompje, beestje.
- 11 ICO is een
beroepsmatige noodzaak; ze zeggen dat het de kwaliteit
ten goede komt.
- 12 ICO wordt gevraagd
door ouders; ze mogen verwachten dat hun kind het beste
onderwijs krijgt.
- 13 ICO past bij mijn
sociaal gevoel; je wilt toch voor iedereen een goede
start?
- 14 ICO vereist
bijscholing van docenten; ik sta soms met m'n oren te
klapperen.
- 15 ICO is leerzaam;
eigenlijk zou iedereen zich eens moeten verdiepen
in
- 16 ICO is (in)spannend;
het is een uitdaging maar je wordt er wel moe
van.
- 17 ICO is rechtvaardig;
ICO hoort thuis in een democratisch stelsel.
- 18 ICO zorgt voor minder
uitvallers; wat wil je nog meer?
- 19 ICO bevordert de
leefbaarheid; de school hoort hieraan actief bij te
dragen.
- 20 ICO doet recht aan
alle leerlingen; daar streven we naar.
3.4 Bijlage 4 (zie stap
3)
Perspectieven en scores
Perspectief I /
doelstellingen 1, 4, 13 en 19: een hoge score bij deze
doelstellingen betekent dat je de vragen vanuit de
samenleving erg belangrijk vindt.
Perspectief II /
doelstellingen 2, 5, 6 en 16: een hoge score bij deze
doelstellingen betekent dat het je vooral gaat om de
persoonlijke ervaring en je bereidheid inspanningen te
leveren voor interculturalisatie.
Perspectief III /
doelstellingen 3, 8, 10 en 20: een hoge score bij deze
doelstellingen betekent dat je het welbevinden van
leerlingen belangrijk vindt.
Perspectief IV /
doelstellingen 7, 12, 14 en 17: een hoge score bij deze
doelstellingen betekent dat je waarde hecht aan een formele
aanpak.
Perspectief V /
doelstellingen 9, 11, 15 en 18: een hoge score bij deze
doelstellingen betekent dat je het pedagogisch klimaat,
gekoppeld aan goede resultaten belangrijk vindt.
3.5 Bijlage 5 (zie stap
5)
Vragenlijst veldonderzoek
Let op. In de
achtereenvolgende vragen wordt telkens dieper op de zaak
ingegaan. Waar nodig kun je zelf vragen om een
toelichting.
- 1 Wordt op deze school
op dit moment veel of weinig rekening gehouden met en
recht gedaan aan culturele verschillen (binnen de school
en binnen de samenleving)?
- 2 Is de aandacht voor
culturele diversiteit meer structureel of meer
incidenteel?
- 3 Is de aandacht voor
culturele diversiteit veel of weinig persoonsgebonden?
.
- 4 Is er in de school een
duidelijk proces aan de gang van interculturalisatie van
het onderwijs (waarbij dus in toenemende mate rekening
wordt gehouden met en recht wordt gedaan aan culturele
diversiteit)?
- 5 Heeft de schoolleiding
een grote of kleine rol bij de interculturalisatie van
het onderwijs?
- 6 Is er duidelijke
betrokkenheid van medewerkers (ook niet-onderwijzend) bij
deze interculturalisatie?
- 7 Is er samenspraak met
leerlingen en ouders bij de totstandkoming van
interculturalisatie?
- 8 Worden activiteiten
ondernomen om de interculturele deskundigheid van
personeel te vergroten?
- 9 Worden stappen
ondernomen om het interculturele gehalte van leermiddelen
te vergroten?
- 10 Wordt op een of
andere wijze gekeken welke resultaten op ICO-terrein
worden geboekt?
3.6 Bijlage 6 (zie stap
5)
Vijf stromingen in multicultureel
onderwijs
Uit onderzoek is gebleken
dat bij multicultureel onderwijs vijf stromingen kunnen
worden onderscheiden.
- Stroming 1 Accent op
menselijke relaties
Deze stroming gaat uit van
de veronderstelling dat meer kennis van "de ander"
automatisch leidt tot betere menselijke relaties, tot
respect en aanvaarding van raciale en etnische verschillen,
waarbij vooral gekeken wordt naar de interactie in de klas
wat betreft leerlingen, ouders en onderwijsgevenden, met
nadruk op verschillen, op het anders zijn. Nadelig is dat
accentuering van naar culturele verschillen kan leiden tot
stereotype kwalificaties als exotisch, uitheems en
vreemd.
- Stroming II Accent op
cultuurverschillen
Ook deze stroming is vooral
gericht op de interactie in de klas en betreffen leerlingen,
hun ouders en onderwijsgevenden, maar heeft als voornaamste
doelstelling assimilatie in het bestaande programma. Er is
een positieve waardering voor de eigen ervaring van de
leerlingen op het terrein van cultuurverschillen. Het accent
wordt gelegd op hun achtergrond - cultuur, taal en
vaardigheden - maar dat leidt niet automatisch tot een
intercultureel leerplan.
- Stroming III Accent op
bepaalde groeperingen
Deze stroming is gericht op
een inhaalprogramma voor bepaalde ondergewaardeerde of
voorheen uitgesloten groepen, waardoor leden van deze
groepen meer zichtbaar worden. Zij worden bestudeerd om
nieuwe leerstof over die groepen te ontwikkelen en te
verspreiden. De reikwijdte van deze stroming kan groot zijn
als men zich niet beperkt tot etnische, religieuze of
geografisch bepaalde groepen, maar ook feministen, Harley
Davidson-fans, sportbeoefenaren of studenten onderwerp van
studie zijn. In de reeks Bouwstenen voor Intercultureel
Onderwijs (Universiteit van Leiden/KPC) is deze invalshoek
gehanteerd, zij het beperkt tot de factor
etniciteit.
- Stroming IV Intercultureel
onderwijs
Deze stroming is een
combinatie van stromingen I, II en II, waarbij het accent
ligt op de school als onderwijsinstituut. Het gaat daarbij
om positieve aandacht voor culturele diversiteit in het
onderwijsbeleid en is vooral van belang voor schoolleiders
en lokale overheden. Gestreefd wordt naar een evenwichtige,
pluralistische samenstelling van staf, team en OOP. Conform
de wettelijke verplichting wordt in het schoolwerkplan
vermeld hoe aandacht wordt besteed aan het feit dat
leerlingen opgroeien in een multiculturele samenleving.
Leermiddelen worden gecontroleerd op intercultureel
gehalte.
- Stroming V Accent op
sociale reconstructie
Aanhangers van deze stroming
zien de school als instrument om de maatschappij te
veranderen, te vernieuwen, sociaal te reconstrueren. In
plaats van alleen "maatschappij-volgend" moet het onderwijs
volgens hen "maatschappij-vormend" zijn. De stroming neemt
de samenleving als uitgangspunt en manifesteert zich vooral
op het politieke vlak.
top
of page
|